
Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993
Artikel 22
1
Degene die zich ingevolge het in artikel 21, tweede lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen. Gelijke verplichting bestaat voor degene die ingevolge artikel 21, derde lid, een toets dient af te leggen.
2
Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking alsmede bij gebreke van een positief toetsresultaat binnen de krachtens artikel 21, derde lid, vastgestelde termijn besluit Onze Minister onverwijld tot ongeldigverklaring van het certificaat van de houder. Onze Minister bepaalt daarbij op welk deel van de geldigheidsduur alsmede op welke in het certificaat aangeduide categorie of categorieën van motorrijtuigen de ongeldigverklaring betrekking heeft.
3
Onze Minister deelt het besluit mede aan het instituut en aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren.
4
De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na de dag waarop de beschikking tot ongeldigverklaring is bekendgemaakt.
5
De houder van het ongeldig verklaarde certificaat dient dat certificaat in te leveren bij Onze Minister zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.